MATRIX 2000
Deze regeling kan zowel bij ventilo-convectoren Flex Geko, inbouwventilo's MPower Geko, convectoren en plafondcassettes als bij luchtverhitters MultiMAXX en MultiFlair worden toegepast. De regeling wordt geleverd met het bedieningspaneel MATRIX OP21.
Karakteristieken
De MATRIX 2000 regeling is geschikt voor:
- omluchttoestellen
- 2-pijpsysteem enkel verwarmen (2punts- of 3punts sturing ventielen)
- 2-pijpsysteem enkel koelen (2punts- of 3punts sturing ventielen)
- 4-pijpsysteem koelen en verwarmen (2punts- sturing ventielen)
- 2-pijpsysteem koelen of verwarmen (2punts- of 3-punts sturing ventielen)
Standaard is de platine als volgt uitgerust:
- Spanningsaansluiting voor afstandsbediening
- Aansluiting met opsteekklemmen
- CAN interface voor GEA.Net busssysteem
- Uitschakeling van de unitgroep bij foutmeldingen met signalering via afstandsbediening
- Regelprogramma’s voor normaal-en nachtbedrijf
- Regeling op ruimtetemperatuur
- Regelparameters van alle regelkringen d.m.v. servicetool (MATRIX.PC) specifiek per ruimte individueel instelbaar
- Sensorcorrectie voor ruimtetemperatuurvoeler
- Aansluiting voor servicetool voor:
- achteraf instellen van de regelaar
- handbesturing van alle servomotoren bij service
- registratie van de temperatuurverlopen en het gedrag van de servo’s
- Instelbare groepsadressen
- Opslagruimte voor individuele unitbenaming ter identificatie via de servicetool
- Vereiste voedingsspanning 230V/50Hz
- Aparte afzekering van de elektronica bij de servomotor voorzieningen
- Automatische regeling van een 3-toeren ventilator
- Instelbare ventilatoruitschakeling als de ruimtetemperatuur bereikt is
- Automatische regeling van een ventiel (1 x 3-punts sturing of 2 x 2-punts sturing)
- Laadbare parameterset
Optioneel zijn volgende elementen:
- Aansluiting op GLT-, ZLT- of DDC installaties mogelijk; extra module vereist
- Aansluitmogelijkheid van communicatiemodules (apart accessoire) als digitale en analoge interface voor:
- het koppelen van externe signalen aan het GEA.Net bussysteem
- het koppelen van meerdere unitgroepen aan een gezamenlijke regeling
Elektronische unit met gescheiden bedradings-en bedieningsdeel (onder- / bovengedeelte) met:
- parallelinterface voor koppeling aan het voedingsdeel van de unit
- CAN interface voor koppeling aan het GEA.Net bussysteem
- Aansluiting voor servicetools
- Instelbaar groepsadres
- Automatische activering van de ruimte-vorstbeveiliging in “standby” bedrijf (verwarmingsmedium vereist)
- Indicatie d.m.v. leds van:
- storing
- externe invloed
- bedrijfsklaar
Voor instelling van:
- temperaturen 7-40°C, met instelbare min. /max. grenzen
- ventilatorstand (standby / automatisch / manueel)
- dag- / nachtbedrijf met bypassfunctie
Met geïntegreerde ruimtevoeler
Voor meer productinfo kan u zich registreren op onze site.



