MATRIX 3000
Deze regeling kan zowel bij ventilo-convectoren Flex Geko, inbouwventilo's MPower Geko, convectoren en plafondcassettes als bij luchtverhitters MultiMAXX en MultiFlair worden toegepast en biedt u bijkomende regelingsmogelijkheden t.o.v. het MATRIX 2000 systeem. Deze regeling kan geleverd worden met verschillende soorten bedieningspanelen nl. OP30, OP31, OP44, OP50 en OP51.
Karakteristieken
De MATRIX 3000 regeling is geschikt voor:
- omluchttoestellen
- 2-pijpsysteem enkel verwarmen (2punts- of 3punts sturing ventielen)
- 2-pijpsysteem enkel koelen (2punts- of 3punts sturing ventielen)
- 4-pijpsysteem koelen en verwarmen (2punts- of 3punts sturing ventielen)
- 2-pijpsysteem koelen of verwarmen (2punts- of 3punts sturing ventielen)
en heeft volgende bijkomende functies t.o.v. MATRIX 2000:
- bedrijfsfoutmelding
- min./max. begrenzing verwarmen (optioneel)
- min. begrenzing koelen (optioneel)
Standaard is de platine als volgt uitgerust:
- Spanningsaansluiting voor afstandsbediening
- Aansluiting met opsteekklemmen
- CAN interface voor GEA.Net busssysteem
- Potentiaalvrij wisselcontact “bedrijf”
- Potentiaalvrij wisselcontact “storing”
- Uitschakeling van de unitgroep bij foutmeldingen met signalering via afstandsbediening en storingssignalering contact
- Ingang voor “nachtverlaging” met omkeerbare werking, voor het activeren van een 2e instelprogramma
- Laadbare parameterset
- Regelprogramma’s voor normaal-en nachtbedrijf en vrij bedrijf
- Regeling op ruimtetemperatuur
- Inblaastemperatuurregeling of ruimte-/inblaastemperatuurregeling naar keuze als cascade (inblaasvoeler vereist)
- Regelparameters van alle regelkringen d.m.v. servicetool MATRIX.PC specifiek per ruimte individueel instelbaar
- Sensorcorrectie voor ruimte- en aanvoertemperatuurvoeler
- Automatische activering van steuntemperaturen bij uitval van de temperatuur instellingen
- Aansluiting voor servicetool voor:
- achteraf instellen van de regelaar
- handbesturing van alle servomotoren bij service
- registratie van de temperatuurverlopen en het gedrag van de servo’s
- Instelbare groepsadressen
- Opslagruimte voor individuele unitbenaming ter identificatie via de servicetool
- Vereiste voedingsspanning 230V/50Hz
- Aparte afzekering van de elektronica bij de servomotor voorzieningen
- Automatische regeling van een 3-toeren ventilator
- Instelbare ventilatoruitschakeling als de ruimtetemperatuur bereikt is
- Automatische regeling van een ventiel met 2-punts of 3-punts sturing
Optioneel zijn volgende elementen:
- Aansluiting op GLT-, ZLT- of DDC installaties mogelijk; extra module vereist
- Aansluitmogelijkheid van communicatiemodules (apart accessoire) als digitale en analoge interface voor:
- het koppelen van externe signalen aan het GEA.Net bussysteem
- het koppelen van meerdere unitgroepen aan een gezamenlijke regeling
Incl. los meegeleverde afstandsbediening MATRIX OP31:
Elektronische unit met gescheiden bedradings-en bedieningsdeel (onder- / bovengedeelte) met:
- CAN interface voor koppeling aan het GEA.Net bussysteem
- Geïntegreerde ruimtetemperatuurvoeler
- Aansluiting voor servicetools
- Instelbaar groepsadres
- Automatische activering van de ruimte-vorstbeveiliging in “standby” bedrijf (verwarmingsmedium vereist)
- Indicatie d.m.v. leds van:
- storing
- externe invloed
- bedrijfsklaar
Voor instelling van:
- temperaturen 7-40°C, met instelbare min. /max. grenzen
- ventilatorstand (standby / automatisch / manueel)
- dag- / nachtbedrijf met bypassfunctie
- instelling en opslag van de instelwaarden voor het nachtbedrijf
(met digitaal display en programmeerbare klok OP 51C)
OP30C idem OP31C excl. dag/nachtbedrijf met bypassfunctie
Voor meer productinfo kan u zich registreren op onze site.






